Elke en Otto bezoeken graag het evenement “Verdicchio in Festa” in Montecarotto, dat in juli 2025 voor de 36e keer plaatsvond. Omdat het wijnstadje Montecarotto met amper 1800 inwoners telt, is het één van de meest relaxte festivals in de regio. Elke vermeldde het al eerder in ons bericht over festiviteiten in Le Marche

Geschiedenis en de naam van Montecarotto:
De naam Montecarotto betekent niet, zoals men dikwijls denkt, “wortelberg” (Monte = berg, Carotte = wortel). De naam is afgeleid van het Latijnse Mons Arcis Ruptae , wat ruwweg “berg van de gebroken vesting” betekent . Er zijn echter géén betrouwbare bronnen die aangeven wanneer men deze vesting, waar nu een kerk staat, bouwde. Men vermoedt dat dit rond het jaar 1000 gebeurde. Montecarotto wordt voor het eerst in de 11e of 12e eeuw gedocumenteerd als een versterkte nederzetting op een heuveltop .
In de 12e/13e eeuw werd Montecarotto toegevoegd aan de verdedigingsalliantie “Castelli di Jesi” en kreeg het zijn indrukwekkende stadsmuren. Tijdens de Renaissance bloeide de stad en werden er vele adellijke paleizen gebouwd, zoals Palazzo Baldoni (dat Elke vandaag online te koop zag staan voor de belachelijk lage prijs van € 240.000!).




Deze keer gunden ze zich naast de uitstekende lokale Verdicchio-wijn, een zeevruchtenmaaltijd bij één van de kraampjes en van de ontspannende jazzmuziek op het hoofdpodium. Doch trakteerden ze zichzelf tevens op een bezoek aan de
klokkentoren, die tijdens dergelijke festivals geopend is.
Torrione Civico met uurwerk en klokkentoren.
Ze bereikten de Torrione Civico (Grote Stadstoren) via een kronkelende zijstraat en over een kanteel in de stadsmuur. In een klein hoekje was een deur die toegang gaf tot de toren. Op de eerste verdieping zagen ze een tentoonstelling over uurwerken, en van binnenuit kon je de wijzerplaat zien. Een halve verdieping hoger zag je uiteindelijk het grote uurwerkmechanisme en de continue werking.









Hoewel de torenklok gerestaureerd is, voorzag men deze niet van een elektrische aandrijving, zoals bij de meeste torenklokken wel het geval is. De klok moet dus nog steeds dagelijks handmatig worden opgewonden.
De verplaatsing van de klokkentoren van Montecarotto:
Maar het horloge is ook op een ander vlak buitengewoon:
Oorspronkelijk bevond de klokkentoren zich in een deel van de stadsmuur dat tevens als hoofdingang van de stad diende. In 1903 brak men dit deel van de stadsmuur af om de toegang tot de stad te vergroten. Tevens verbond men zo het Vittoriaplein aan de buitenkant van de muur met het Theaterplein binnenin.
De hele klokkentoren verplaatste men simpelweg naar de massieve, ronde stadstoren ernaast, de Torrione Civico.




Uitzicht op Montecarotto en omgeving.
Een smalle houten trap leidde Elke en Otto naar het plateau van de toren, waar ze de klok zagen verbonden met het uurwerk. Het was al laat in de avond en donker, dus zagen ze alleen de lichtjes van de omliggende steden. Wel konden ze zich het fantastische uitzicht voorstellen op de omliggende heuvels bij daglicht !




Montecarotto en de talentvolle torenklokkenbouwer Pietro Mei.
Maar er is nog een ander belangrijk aspect van het uurwerk in de toren: het werd het symbool van Montecarotto, omdat zich hier in de 19e eeuw een torenklokkenmakersdynastie ontwikkelde, die nationale bekendheid verwierf:
Het verhaal start echter in Sant’ Angelo in Vado in Emilia-Romagna. Daar begint de jonge boerenzoon Pietro Mei uit Montecarotto een leertijd bij de bekende torenklokkenmaker Antonio Podrine . Pietro, die van eenvoudige komaf is, blijkt zeer getalenteerd; meester Podrine maakt hem uiteindelijk tot zijn partner. De werkplaats produceert onder andere de torenklokken van de kathedralen van Urbino en Tolentino en van het Palazzo del Governo op de Piazza del Plebiscito in Ancona . Hun bedrijf zou hen tot in Umbrië en zelfs Rome hebben gebracht.
Na Podrines dood neemt Pietro Mei samen met Pedrones zoon de zaak over. Hij verhuist de werkplaats naar zijn geboorteplaats Montecarotto .
Pietro Mei bleek buitengewoon innovatief: hij vereenvoudigde het ontwerp van het uurwerkmechanisme, waardoor productie en onderhoud eenvoudiger werden. Hij introduceerde ook een registratiesysteem: op elk uurwerk werden de fabrikant, het bouwjaar, de stad en het serienummer gegraveerd. Zo is het zelfs vandaag de dag nog duidelijk dat hij ook de torenklokken bouwde van
Grottamare, Poggio San Marcello, Offida , Montefiore del Aso, Mondolfo en natuurlijk die van
Montecarotto (nummer 22, gebouwd in 1849).




Montecarotto, het bloeiende centrum voor torenklokkenbouwers.
De zaak floreerde en trok andere horlogemakers aan, die zich ook in het centrum van Montecarotto vestigden, waaronder Antonio Galli uit San Marcello en Edoardo Marconi uit Senigallia.
Pietro werd een rijk man en verwierf verschillende huizen en paleizen in de regio. Hij stierf op eerste kerstdag 1878 op 81-jarige leeftijd, wetende dat zijn traditie door Galli en Marconi zou worden voortgezet.
Nuttige informatie:
Eén van de vrijwilligers ter plaatse vertelde Elke dat de klokkentoren, inclusief het mechanisme, de wijzerplaat en de klokkentoren, regelmatig te bezichtigen is op zondagochtend tussen 10.00 en 12.00 uur. Hij is ook open tijdens festivals, zoals de “Verdicchio in Festa” in juli.
Naast de klokkentoren is een bezoek aan Montecarotto ook de moeite waard voor:
- de machtige stadsmuur
- het kleine theater in het centrum (ook toegankelijk, althans tijdens festivals),
- een mail art museum dat in 2024 heropende
- het historische centrum met paleizen en kleine steegjes en pleinen
- de heerlijke Verdicchio-wijn die hier verbouwd wordt.
.
0 reacties