Ecco Le Marche

Wanneer we voor het laatst het noorden van le Marche bezochten ? Al een tijdje geleden! Primaverile temperaturen gaven ons meteen weer zin om onze wandelschoenen aan te trekken en een wandeling bij Carpegna uit te kiezen. Samen met mijn man Erik ging ik voor de wandeltocht naar de burcht van Pietrarubbia en de bijzondere rotsformatie Pietrafagnana.

We bevonden ons in het interregionaal Natuurpark van Sasso Simone e Simoncello, nl. gelegen in le Marche en Emilia Romagna. Onze tocht droeg het nummer 108, maar zoals vaker ontbrak de bewegwijzering, of bleek onleesbaar of waarschijnlijk verdwenen. Doch we startten vanuit het gehuchtje Ponte Capuccini, waar we op de parking van het vroegere bezoekerscentrum van het Natuurpark parkeerden. Naast dit gebouw op nummer 145 sloegen we achter het huis, het pad in, waar ook een bord stond.

Wij wandelden nu op een bospad , met een magnifiek uitzicht op de Monte Carpegna (1415 m), de hoogste berg hier in de buurt. Eenmaal het gehuchtje Ca’Mancino, bereikt, sloegen we links af langs de huizen.

Langzaamaan maakte de burcht van Pietrarubbia zich zichtbaar in de verte, alsook de rotsformatie. Zo wisten we ook welke richting te volgen. Nog een ander orientatiemiddel: de gele palen van de aardagslijn. Aanvankelijk leek het ons raar om hier kilometers pijpleidingen aan te leggen in hoofdzakelijk onbewoond gebied. Doch het kasteeldorp Pietrarubbia bleek omgevormd te zijn tot hotel/restaurant/bar en musea.

Het wandelpad varieerde van verhard, naar onverhard tot geasfalteerd.

Na een dikke anderhalf uur doorlopen, bereikten we het historische gehuchtje Pietrarubbia, dat tegenwoordig een hotel, restaurant en verschillende musea bevat. De naam Pietrarubbia komt van Pietra Rubea of de rode steen, de kleur van de rotsen in de omgeving. De eerste geschreven documenten over de burcht en het dorpje dateren van 1100 met als eigenaars de graven van Carpegna. Als optimale positie kon Pietrarubbia meermaals getuigen van verschillende gevechten, strubbelingen tussen de heren Montefeltro van het noorden van le Marche en de heren Malatesta van Rimini, tussen de Welfen (pausgezinden)en Ghibellijnen( keizergezinden).
In de jaren 60 van de vorige eeuw geraakte het totaal onbewoond.

Gelukkig ontfermde zich de beroemde kunstenaar Arnaldo Pomodoro, die uit de buurt afkomstig was, zich over de ruines en liet het restaureren. Hij stichtte er een kunstcentrum en ontwierp een altaar in het oude kerkje San Silvestro (15de eeuw). Maar hij zorgde ook voor een museum met enkele van zijn werken in het oude palazzo Gentilizio(16de eeuw) waar ook het kunstmuseum zit De andere musea zoals die van keramiek en ijzerbewerking vind je dan in het begin van het dorpje. Helaas in dit vroege seizoen nog alles toe.

Aan de buitenkant van het dorpje bemerkten we een uitgestrekt vergezicht over het landschap en een oude toren.

Rechts langs de toren namen we het pad richting de burcht. Het was even klimmen geblazen !

Onderweg lazen we op een bord dat de weg afgeraden werd aan kinderen, maar wij vonden het pad best te doen. In de burcht zelf geraakte men niet en we keerden dan ook terug naar de toren, want het pad naar de rotsformatie Pietrafagnana liep links van de toren.
Een bordje vermeldde dat dit tevens het pad naar de zwarte grot was. Inderdaad iets hogerop zagen we een grotopening. Verder kwamen we af en toe een hekje met prikkeldraad tegen, die we gewoon konden openen.

De weg verbreedde stilletjes aan, de panorama’s wisselden elkaar af.

We naderden de rotsformatie, doch tot aan de stenen zelf geraakten we niet, alles was afgesloten met prikkeldraad . Maar we zagen genoeg van het natuurfenomeen, dat of Dito del Diavolo (duivelsvinger)of Dito del Gigante (vinger van de reus) genoemd wordt in de volksmond. De streek zou volgens een legende jarenlang getreisterd zijn geweest door een reus. De bevolking kwam tegen hem in opstand en een spleet in de aarde, veroorzaakt door een aardbeving, slokte hem uiteindelijk op. Doch biet helemaal want de reus slaagde er nog in om zijn vinger uit te laten steken.
Dit gesteente is een conglomeraat, gewoonlijk afgezet als restproduct van gebergte. Deze zou afgezet zijn geweest door rivieren ca. 5 miljoen jaar geleden. Door de tectonische opstuwingen waarbij het Appenijngebergte zich vormde en de eeuwenlange erosie kreeg het tenslotte de huidige vorm.

De weg veranderde in een brede strada bianca (grindweg) waar langs we weer ver konden kijken met ook een prachtige blik op de burcht Pietrarubbia.

Na een tijdje arriveerden we op een asfaltweg waarbij we naar rechts gingen, maar gelukkig aan een kapelletje met een beeld van padre Pio, bereikten we opnieuw een strada bianca.

Het gehuchtje Ca Mancino doemde weer voor ons op, zodat we nu linksaf gingen om een stukje dezelfde weg af te leggen als aan het begin, om terug in Ponte Capuccini aan te komen.

Een wandeling die echt de moeite loonde !

De tocht bedroeg ca.3 uur over een afstand van 12 km. Ondanks dat de wandeling een toeristische quotering (= gemakkelijk) kreeg, vonden we het best een pittige tocht, want het ging voortdurend op en neer, wat toch enige conditie vereiste.


Neem eventueel drinken en eten mee, maar in de zomer kan je gewoon in het kasteeldorp van Pietrarubbia terecht. Misschien wil je er zelfs logeren ? Of een festival meemaken ?

Voor diegenen zonder conditie of die slecht ter been zijn: men kan probleemloos met de auto tot Pietrarubbia en/of tot de rotsformatie Pietrafagnana.

Een overzicht van de wandeling:

Buona passeggiata !


0 reacties

Een reactie achterlaten

Avatar plaatshouder

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.