Ecco Le Marche

We publiceerden al verschillende artikelen over de kasteeldorpen van Arcevia: Caudino en Nidastore, Castiglioni, Palazzo, San Pietro en Loretello en uiteindelijk Piticchio.
Maar we schreven nog niets over Arcevia zelf !

Enkele zondagen geleden bezocht ik samen met mijn man Erik, het archeologisch museum in Arcevia, waar in de zomer regelmatig rondleidingen worden gegeven, ook in het Engels. Bovendien maakt het deel uit van de Staatsmusea of Musei Statali met elke eerste zondag van de maand gratis toegang.

Het museum bevindt zich in de oude kloostergang van het voormalige Sint Franciscusklooster.(13de eeuws met latere aanpassingen).

Het gebied rond Arcevia bleek al eeuwenlang bewoond: de eerste vondsten van menselijke aanwezigheid dateren dan ook van 20.000 jaar geleden uit de oude Steentijd meer bepaald bij Ponte di Pietra. Doch ook ontdekte men resten uit het Neolithicum (4000v Ch) in de Conelle gracht. (over die vindplaats schreven we ooit een blog). Het bronzen tijdperk kende ook bewoners, te zien uit voorwerpen opgegraven bij de Monte Croce-Guardia. De universiteit van Rome doet er nog elk jaar opgravingen.

Doch de mooiste archeologische schat stamt uit de 6de-2de eeuw, ook wel de Keltische of Gallische schat uit Montefortino genoemd.

Met de gids startten we natuurlijk heel ver in het verleden, de talrijke kernstenen waarvan schilfers afgeslagen werden om uiteindelijk een mes, vuistbijl of schaaf te vormen. Meestal, zo legde de gids uit, vondt men eerder schilfers of gebroken werktuigen, dan een volledig intact exemplaar; daar ze gebruikt werden totdat ze echt kapot waren. De intakte voorwerpen kregen meestal een plaats in een graf. Kenmerkend voor het gebied rond Arcevia was de rode kleur van de stenen.

De volgende zaal stelde de vondsten uit de Conelle gracht tentoon, een site dat ooit verlaten werd. De kloof gebruikte men dan ook vooral als stortplaats, waardoor men behalve gebruiksvoorwepen ook etensresten aantrof, zoals van een beer of zelfs van een hond.

In dit tijdperk, het neolithicum, startten ook de eerste keramische potten, weliswaar primitief versierd, maar men gebruikte dus al ovens.

De mooiste zaal bewaarde de gids natuurlijk tot het laatst: de schatten van de Senonische Galliers of de Kelten.
De Piceni, één van de belangrijkste volkeren die Le Marche bevolkte, voordat de Romeinen arriveerden, bezaten voornamelijk bronzen objecten, de Galliers echter gouden ! Het is dan ook niet verwonderlijk, dat met de eeuwen veel voorwerpen in het geheim opgegraven werden en dan verkocht. Zo belandden er objecten uit deze Necroplis van Montefortino in het Metropolitan Museum te New York.

Einde 1800 voerde men archeologische opgravingen uit bij Montefortino en legde zo een necroplis (dodenstad of kerkhof) bloot van de Kelten of ook Senonische Galliers genoemd. Uiteindelijk groef men 47 graven op, waarbij soms nog de houten kisten zichtbaar waren. De mannelijke graven bezaten allelerlei wapens, weliswaar buiten de kist, de vrouwelijke doden werden omringd door juwelen. Maar ook servies, bestek, potten en pannen begeleidden de lichamen.

Tentoongesteld de grafinhouden van 9 tombes, waarbij het mooiste juweel, een gouden kroon, in het Nationaal Museum van Ancona te bewonderen valt. Doch ook hier genoeg om te apprecieren:

Eigenlijk fotografeerde ik meer objecten, doch het viel niet mee om scherpe beelden te maken achter vitrines….dus zou ik zeggen ga maar zelf eens kijken tot wat onze verre voorouders in staat waren.

Met een gids is het natuurlijk het interessantst !
Raadpleeg hiervoor de facebookpagina.
We betaalden 4 € inkom. Openingsuren op de website.

Categorieën: CultuurHistorieMusea

0 reacties

Een reactie achterlaten

Avatar plaatshouder

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.