Ecco Le Marche

San Severino basso ( beneden) ? dan bestaat er ook een alto of bovenstad ! Inderdaad, het oudste gedeelte, het Castello genaamd, bevindt zich op de Monte Nero. Hier vluchtten de bewoners van het Romeinse Septempeda in de vallei naar toe, tijdens de invallen van de goten. (6de eeuw n.Ch)

De Borgo beneden kwam later en werd vermeld in een document van 944. Erik, mijn man en ik besloten om de stadswandeling beneden te maken, benieuwd of we nog nieiwe plekjes zouden zien. Hiervoor baseerden we ons op dit stadsplan.

Wij parkeerden op de parking San Domenico, toevallig het startpunt van de wandeling. Om meteen bij de San Domenico kerk en klooster uit de 13de-17de eeuw te belanden. Helaas bleek de kloostergang en de sacristie gesloten, waar de belangrijskte fresco’s van de Heilige Catarina te zien zijn, geschilderd door de gebroeders Jacopo en Lorenzo Salimbeni; allebei afkomstig uit San Severino Marche (15de eeuws) en vooral bekend voor hun gotische werken in le Marche en Umbrie. Hun mooiste werk waarschijnlijk te bewonderen in Urbino, hierover schreven we al een artikel….de kerk zelf had links aan de ingang een speciaal kruisbeeld en bij het altaar een schilderij van de Umbrische schilder Bernardino di Mariotto met de voorstelling La Madonna con il Bimbo in Gloria.

We staken de Viale Bigioli over en kwamen op het prachtige plein van San Severino Marche aan, een reusachtige piazza, 224 meter lang en 55 meter breed. Ooit het marktplein in de 13de eeuw, evolueerde het tot de place to be voor de adel, want elke respectabele familie bouwde er zich een palazzo ! De gebouwen eromheen dateren dan ook van de 16de eeuw gaande tot de 20ste eeuw ! Nu heet het de Piazza del Popolo, het Volksplein. Dit voor een gemeente met ongeveer 12.000 inwoners.
Maar ook de kerken ontbreken niet, de San Giuseppe kerk, gesloten na een hevige brand in 2009, laat zijn interieur zien a.h.v. een bschilderd doek aan de buitenkant.

We bemerkten het gementehuis, wegens restauratie in de stellingen, ,

het 19 de eeuws theater Feronia, genoemd naar de Romeinse vruchtbaarheidsgodin Feronia en gebouwd door de architect Ireneo Aleandri (1795-1885) ook afkomstig uit San Severino Marche. Deze laatste was o.a. ook betrokken bij de Sferisterio in Macerata.

Net als de horlogetoren die toegang geeft naar de Chiesa della Misericordia (barmhartigheid). We zagen twee uurwerken eentje met onze tijdsaanduiding en eentje met een onververdeling in 6 uren…in 1832 bestond het land Italie nog niet, zodat er nog verschillende tijdsberekeningen bestonden: wat wij tegenwoordig nog altijd gebruiken dateerde van Napoleons tijd, de andere was nog voor Napoleontisch. Het 15de eeuwse mechanisme van het uurwerk, één van de oudste van le Marche, haalden ze uit een oudere toren.
Links ervan zagen we de Fonte della Misericordia. Rechts, zij aan zij de 16de eeuwse regeringspalazzo (dei governatori) en het bisschoppelijke paleis (vescovile)

Na het rondje langs de Piazza del Popolo namen we langs het gemeenthuis de weg Via Garibaldi om te belanden bij de Monte del Pietà, het gerestaureerde oratorium Corpus Domini uit de 16de eeuw.

Om de hoek naast de Agostino fontein de Sint Agostino kerk dat in de 19de eeuw kathedraal werd.

We sloegen rechtsaf in de Via Salimbeni, waar ook de pinacoteca zit. Wij bewaarden die voor een andere keer en slingerden verder langs steegjes

tot we het binnenplein bereikten van de 12 de eeuwse San Lorenzo basiliek in Doliolo ( afkomstig van het Romeinse woord dolium dat naar de grote aardewerken pot verwijst waaruit monniken wijn aan het volk uitdeelden op feestdagen). Hier liepen we nog op de originele straatbekleding van vroeger. De ingang bevond zich echter aan de achterkant.

Hiervoor arriveerden we bij de Porta San Lorenzo om even het gedeelte binnen de stadsmuren te verlaten en een glimp op te vangen door een gaatje van de San Paolo kerk al Ponte. Jammer dat hij dicht was, want de architect Aleandri zou hier een 13 de eeuwse kerk in verwerkt hebben.

Terug naar de stadspoort waar we het teken opmerkten van de Cammino (wandeling) van de Cappuccini. Nu bereikten we echt een deel van de stad waar we nog nooit geweest waren, ondaks de eerdere bezoeken.

We draaiden naar links om de basiliek te betreden. Gelukkig bleek die open want we traden echt een juweeltje binnen. Het verhaal wil dat in de 6de eeuw n.Ch hier een aantal monniken een kerkje bouwden op de resten van de Romeinse Feronia tempel. In de 11de en 12 de eeuw verbouwden de benedictijnen de kerk al, waardoor het oorspronkelijke gedeelte tot crypte zou dienen. De toren kwam er in de 14de eeuw bij.

Van binnen overviel het bouwwerk ons meteen; allerlei bogen en een mooi gewelfd plafond, om het altaar te bereiken moest men zellfs een paar trappen op.

Eenmaal bovenaan de trappen kon je links de sacristie binnen, ooit de refter van de monniken. Hier ligt de urn van San Severino (470-545); een kluizenaarsmonnik samen met zijn broer Vittorino om dan beiden tot bisschop te worden genoemd respectievelijk in Settempeda, het latere San Severino Marche en Camerino.
Vroeger was de hele ruimte beschilderd door de gebroeders Salimbeni met de Kruisiging en de Heilige Eustachius. Ook bleek er nog een oude wijwatervat aanwezig.

Leuk was ook het originele glas- in- loodraam, zo zagen de meeste middeleeuwse ramen eruit …

Maar het allermooiste in dit gebouw kon men in de crypte zien: de resten van het oorspronkelijke deel uit de 6de eeuw… een heel frescocyclus over het leven van de heilige Andreas, beschilderd door opnieuw de gebroeders Salimbeni. Precies een stripverhaal dat niet helemaal af geraakte… Opmerkelijk dat je de fresco’s van heel dichtbij kon bewonderen en zo de details opmerkte…

We verlieten de crypte , bekeken nog het oude doopvont uit de 16de eeuw aan de ingang en gingen naar buiten.

Nu wandelden we op de Via delle Piagge aan de buitenkant van het stadje, waar we tegen een groene heuvel aankeken. Mooie steegjes en doorkijkjes…tot aan de San Roccokerk

Tegenover de kerk liepen we het steegje in tot de San Filippo kerk. Om dan de eerste steeg rechts af te slaan in de Via Pacifico Indivini, een mooie klim tot we aan een kruispunt belandden.

Rechts omhoog stijg je naar San Saverino Alto, het oudste gedeelte van de stad. Wij daalden terug naar het centrum langs de San Pitturetta kerk.

Aangekomen aan de Isolafontein draaiden we naar links de Via Battisti in, waar we via het bisschops- en het gouvernementspaleis terug op de Piazza del Popolo kwamen.

Tijd om op een terrasje te zitten bij Pino’s Bar voor een aperitivo !

Een wistjedatje:

Overigens wist je dat de Eustachiusbuis, de buis die het middenoor verbindt met de neusholte, genoemd werd naar zijn ontdekker Bartolomeo Eustachi, de medicus die inderdaad in San Severino Marche geboren werd ? Zijn buste prijkt aan de voorkant van het gemeentehuis.

Als je de lijn op de afbeelding volgt, dan kan je de hele route volgen: de startcoordinaten.


0 reacties

Een reactie achterlaten

Avatar plaatshouder

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.